NIEUWS – De komende jaren gaan huishoudens en bedrijven steeds meer duurzaam opgewekte energie gebruiken. In 2023 zal het aandeel hernieuwbare energie ten opzichte van de start van het Energieakkoord in 2013 meer dan verdrievoudigd zijn tot 17,3% (ruim boven de doelstelling van 16%). Dat meldt minister Kamp van Economische Zaken op basis van de Nationale Energieverkenning 2017 (NEV 2017) die hij donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De NEV 2017 geeft inzicht in de voortgang van de doelen zoals deze zijn overeengekomen in het Energieakkoord. De NEV is opgesteld door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met medewerking van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Subsidies
De doelen uit het Energieakkoord moet onder meer worden bereikt door de inzet van subsidies. In de NEV wordt dan ook ingegaan op onder meer de regelingen SDE+ (stimulering duurzame energie), windenergie op zee, monomestvergistingTopsector energieprojecten, ISDE (investeringssubsidie duurzame energie), STEP (stimulering energieprestatie huursector), energiebesparing en duurzame energie sportaccommodaties alsmede energiebesparing eigen huis.

‘Fundament gelegd’
“De ingezette energietransitie zorgt volgens de NEV voor resultaat. Het aandeel hernieuwbare energie groeit van 17,3% in 2023 naar bijna 24% in 2030, terwijl vorig jaar 20% werd verwacht. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit zal in 2023 oplopen tot 44%. Deze versnelling is vooral te danken aan de succesvolle uitrol van windenergie op zee. Daarnaast is het jaarlijkse tempo van de energiebesparing (1,7%) deze eeuw nog niet zo hoog geweest. Genomen maatregelen in de afgelopen kabinetsperiode zorgen dat het energieverbruik en de CO2-uitstoot afnemen, terwijl gelijktijdig de economie stevig kan blijven groeien. Met de ingezette maatregelen is het fundament gelegd om de klimaatdoelen van Parijs te halen”, zo meldt Kamp in een toelichting.

Extra inspanningen
Aanvullende maatregelen die het kabinet eerder dit jaar heeft aangekondigd, staan nog niet in de NEV 2017. Door deze extra acties komt ook de doelstelling van 14% hernieuwbare energie in 2020 in zicht. Volgens de NEV 2017 is de verwachte vertraging bij het realiseren van de windenergie op land-projecten de voornaamste reden dat die doelstelling nog niet wordt gehaald. Dit bleek al uit de eerder verschenen Monitor Wind op Land 2016. Voor Kamp was dat aanleiding om met de provincies en gemeenten aanvullende acties af te spreken, om het realiseren van concrete projecten verder te ondersteunen.

Daarnaast is in de NEV 2017 nog geen rekening gehouden met de effecten van de Green Deal Ultradiepe Geothermie die in juni dit jaar is ondertekend. Hiermee kan bijvoorbeeld de industrie duurzamer verwarmd worden.

Twee rekenmethodes
In de NEV 2017 wordt het aandeel hernieuwbare energie overigens met twee rekenmethodes bepaald: op basis van werkelijke productie en op basis van Europese rekenregels. De Europese rekenregels sluiten niet goed aan op de praktijk in Nederland, waardoor het aandeel hernieuwbare energie hiermee lager uitvalt (2020: 12,4%/2023: 16,7%). Met de Europese Commissie zal over aanpassing van deze regels overlegd worden, aldus Kamp.