BLOG – Tienduizenden bedrijven per jaar vragen de populaire innovatiesubsidie WBSO aan. Zij verlagen met het belastingvoordeel, dat zij krijgen via de WBSO, de loonkosten van R&D-medewerkers en de investeringskosten voor onder meer onderzoeksapparatuur en materialen voor prototypes.

Als zoveel bedrijven succesvol WBSO weten aan te vragen, dan zal dat aanvragen voor velen inmiddels wel ‘gesneden koek’ zijn? Nou dat valt nog mee (of beter gezegd: tegen), want in de praktijk zien we enkele zaken toch zeer regelmatig misgaan. Hieronder een drietal terugkerende missers.

1. Niet concreet genoeg
Een eerste pijnpunt betreft het niet concreet genoeg beschrijven van een project. Wat is nou de eigen ontwikkeling van de aanvrager en waarom is het geen ‘aan elkaar knopen van bestaande technieken’? Het komt nogal eens voor dat het niet duidelijk is waar de eigen ontwikkeling precies zit, omdat er te veel op problemen (soms niet eens van technische aard) wordt gefocust.

Elke zin die men opschrijft moet to-the-point zijn en invulling geven aan de nieuwheid en technische innovativiteit van het project. Bovendien moet aannemelijk worden gemaakt dat de beschreven problematiek en de inspanning die men daaraan koppelt in verhouding zijn: voor elke ontwikkeling moet zichtbaar zijn waarom dat zoveel uren kost.

2. Verkeerde aspecten benoemd
Behalve het niet concreet genoeg omschrijven van de ontwikkeling, neemt men ook dikwijls de verkeerde aspecten mee. Dit in de veronderstelling dat het om subsidiabele technische knelpunten of oplossingsrichtingen gaat, terwijl dat dan juist niet zo is.

Zo wordt vaak gedacht dat de volgende aspecten technische knelpunten zijn, maar dat zijn ze dus niet:

  • technische eisen;
  • productwensen;
  • commerciële overwegingen;
  • (ontwikkelings)tijdbeperkingen.

Bij de volgende aspecten wordt er meer dan eens vanuit gegaan dat het om technische oplossingsrichtingen gaat, maar dat zijn ze dus niet:

  • (enkel) de maatvoering aanpassen;
  • (enkel) het materiaal veranderen;
  • (enkel) onderzoeken, berekenen of analyseren;
  • andere procesinstellingen;
  • andere doseringen;
  • een leverancier een ander onderdeel laten leveren/ontwikkelen;
  • speciaal gereedschap bestellen.


3. Verkeerde kosten en uitgaven
Ten slotte gaat men ook regelmatig de mist in door onduidelijkheden met betrekking tot de kosten en uitgaven die opgevoerd mogen worden. Vaak gaat het hierbij om onduidelijkheden rond:

  • de kosten van uitbesteed werk: deze kosten kunnen mee. Het moet hierbij wel gaan om reguliere werkzaamheden van externen waarmee geen technische knelpunten worden opgelost;
  • de kosten van uitbesteed onderzoek: deze kosten kunnen niet mee. Werkzaamheden die voor de klant als Speur- en Ontwikkelingswerk (S&O) kunnen worden aangemerkt, mogen niet worden uitbesteed aan een derde partij. De werkzaamheden van de externe partij mogen immers niet bijdragen aan een oplossingsrichting binnen het WBSO-project;
  • de kosten van machines: deze kosten mogen alleen mee als uitgave als de machines uiteindelijk niet commercieel worden ingezet. De kosten van machines mogen overigens ook niet worden opgevoerd als ze in de showroom staan of op beurzen worden getoond (hierdoor vervalt namelijk de term prototype).

Zeer belangrijk is ook dat de op te voeren kosten uiteindelijk helemaal aan het project toe te rekenen zijn!

Ondersteuning nodig?
Heeft u ondanks het bovenstaande ondersteuning nodig bij het indienen van WBSO-aanvragen? Vindsubsidies helpt u uiteraard graag om het maximale voordeel te behalen! Neem vrijblijvend contact met ons op.

Kijk voor tips om meer uit de WBSO te halen ook op: www.haalmeeruitdewbso.nl