BLOG – Met Prinsjesdag 2017 in aantocht, worden het Nederlandse bedrijfsleven en de decentrale overheden nog eens pijnlijk geconfronteerd met het feit dat er nog steeds geen nieuw kabinet is. Van de Miljoenennota 2018 hoeven we weinig te verwachten. En dat is heel zuur, gezien alle plannen van ambitieuze ondernemers en investeringsagenda’s van het bedrijfsleven en (overheids)organisaties die met smart op extra poen zitten te wachten.

De Nederlandse gemeenten, provincies en waterschappen publiceerden al in het vroege voorjaar de Investeringsagenda ‘Naar een duurzaam Nederland’. De agenda staat vol met doordachte plannen rond energietransitie, klimaatadaptie en circulaire economie. Belangrijke thema’s, zeker gezien de uitgesproken verwachtingen in het Klimaatakkoord van Parijs. In de investeringsagenda wordt de oprichting van een transitiefonds bepleit met een omvang van € 220 miljoen. Een avontuurlijk plan, maar daar gaan onze aftredende ministers natuurlijk niets meer over beslissen. Sterker nog dat mag niet eens. Een demissionair kabinet gaat niet over nieuw beleid. En dus wacht ons een saaie Prinsjesdag.

En dan het Nederlandse bedrijfsleven. Recente onderzoeken en evaluatierapporten tonen aan dat het de koppositie heeft weten te veroveren op Europees niveau als het gaat om innovatiekracht. Om een krachtige economie te behouden, moet Nederland vanzelfsprekend ook de komende jaren flink blijven inzetten op thema’s als innovatie, kennis en onderzoek. Programma’s van de afgelopen jaren zijn geëvalueerd. En er zijn nieuwe stimuleringsmaatregelen in de maak. Vertegenwoordigers uit de verschillende topsectoren hebben aangegeven waar voor Nederland in de nabije toekomst op economisch vlak de kansen liggen. Het Binnenhof heeft hen waarschijnlijk vriendelijk bedankt voor de moeite, maar ook daarvoor kan dus op dit moment geen plek gemaakt worden in de Rijksbegroting. Althans niet wezenlijk. Ook die plannen kunnen in de ijskast.

Onzekerheid
Alle plannen en agenda’s staan nu niet alleen de wacht, het is überhaupt heel onzeker hoe een nieuwe coalitie staat tegenover de voorgestelde maatregelen en budgetten. In de in juni verstuurde Voorjaarsnota schrijft demissionair minister Dijsselbloem van Financiën wel dat het kabinet een meevaller verwacht van € 8 miljard meer aan belasting- en premieontvangsten dan vorig jaar in de Rijksbegroting is geraamd. Dit dankzij de economische groei. Tegenvallers zijn er vanzelfsprekend ook, zo moet er structureel € 220 miljoen meer uitgegeven worden aan het onderwijs (stijgend aantal studenten) en moeten er ook flinke bedragen naar de zorg (verpleeghuizen), de Marchechaussee en Ontwikkelingssamenwerking. Het nieuwe kabinet hoeft dus in elk geval niet meteen enorm op uitgaven te beknibbelen, maar hoe zij de extra poet gaat verdelen valt nu een week voor Prinsjesdag slecht te voorspellen.

Wat weten we wel?
Tja, de ministeries hebben eind augustus hun eigen deelbegrotingen ingeleverd. Zij zullen daarin vooral zijn doorgegaan op de ingeslagen weg. Er komen in elk geval geen opvallende wijzigingen. Bestaande goedlopende subsidieprogramma’s zoals de SDE+, de succesvolle Mkb Innovatiestimulering Topsectoren (MIT), de WBSO, de EIA voor bedrijven en de bestaande economische, energie- en gebiedsprogramma’s voor gemeenten en decentrale overheden zullen qua uitvoer en budget gaan dus niet spectaculair gaan wijzigen. En nieuwe omvangrijke geldpotjes komen er sowieso niet. Wel jammer hoor, voor alle ambities en goede ideeën uit onze samenleving, die dankzij de politieke vertraging de onwenselijke stempel ‘on hold’ hebben gekregen.