NIEUWS – Met de huidige eisen wordt driekwart van de aanvragen voor het Operationeel Programma EFRO West-Nederland, oftewel Kansen voor West II, afgewezen. Wethouders en gedeputeerden in de Randstad overwegen daarom de voorwaarden voor het verlenen van Kansen voor West II-subsidies te versoepelen. De deskundigencommissie die de aanvragen beoordeelt, vindt dat echter geen goed idee.

Dat meldt Het Financieele Dagblad (FD). Volgens het FD dreigen innovatie-experts hun steun voor het met behulp van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) gefinancierde programma in te trekken. Zij vrezen dat wethouders en gedeputeerden te gemakkelijk niet levensvatbare projecten willen financieren, om miljoenen euro’s aan EFRO-steun maar niet onbenut te laten.

Aanleiding voor de gespannen situatie tussen experts en bestuurders is het bestuurdersvoornemen om de voorwaarde te herzien dat een innovatieproject ook na de subsidieperiode op eigen benen moet staan. “Als de eisen aan het bedrijfsplan worden gewijzigd, heroverwegen we onze positie. Innovatieprojecten moeten kunnen laten zien dat de subsidie na afloop economische activiteiten oplevert die zelfstandig kunnen draaien. Veel bedrijfsplannen zijn niet geloofwaardig. Voor Sinterklaas spelen, levert de economie niets op”, aldus Hendrik-Jan Vos, voorzitter van de deskundigencommissie.

Verzuurde relatie
Vanuit Kansen voor West II is voor de periode 2014-2020 in totaal € 216 miljoen subsidie beschikbaar, waarvan € 182 miljoen aan EFRO-geld. Ondernemers en kennisinstellingen in de provincies Flevoland, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland kunnen subsidie aanvragen voor innovatieve projecten.

De slagingskans van aanvragen is dus echter klein. Sinds de start van het programma in 2014 is 75% van de innovatieprojecten in de eerste ronde afgewezen. Bij een herkansing gaat alsnog wel 58% door, maar het hoge aantal afwijzingen in de eerste ronde zou hebben geleid tot een verzuurde relatie tussen de betrokken overheden en de deskundigencommissie. De afwijzingen door de deskundigen zouden immers telkens gezichtsverlies betekenen voor de wethouders en gedeputeerden, die projecten aan de experts voorleggen waar zij zelf meestal al enthousiast over zijn.

De deskundigencommissie is echter juist ingesteld om politiek handjeklap te voorkomen. Bij de voorloper van Kansen voor West II waren de wethouders en gedeputeerden van Economische Zaken zelf verantwoordelijk voor de beoordeling en toekenning van subsidies. Een evaluatie van adviesbureau Berenschot toonde echter aan dat die sterke betrokkenheid van de bestuurders ‘niet bijdroeg aan objectieve besluitvorming’.

Vos vindt dan ook dat bestuurders en hun ambtenaren kritischer moeten worden op het bedrijfsplan van innovatieprojecten. Op die manier worden initiatiefnemers niet op het verkeerde been gezet. “Wij willen dat het geld wordt besteed aan de best renderende projecten die Nederland ook na afloop van de subsidie een impuls blijven geven.”

Beeld niet herkend
De gemeente Rotterdam, die als managementautoriteit verantwoordelijk is voor de uitvoering van Kansen voor West II, laat middels een woordvoerder tegen het FD weten dat zij het beeld dat de deskundigencommissie te streng is niet herkent. Wel kan er bij specifieke innovatieprojecten ‘anders naar de criteria voor een bedrijfsplan worden gekeken’.

In september bespreken de bestuurders met de betrokken partijen of de eisen voor het bedrijfsplan moeten worden aangepast. De gemeente verwacht echter dat de subsidiepot in 2020, als het subsidieprogramma afloopt, gewoon ‘aan goede projecten is besteed’.