BLOG – Binnenkort (31 augustus) gaat de HIRB-regeling, officieel bekend als de Uitvoeringsregeling subsidie herstructurering en intelligent ruimtegebruik bedrijventerreinen Noord-Holland 2017, open voor het indienen van aanvragen. Deze regeling is zeer interessant voor Noord-Hollandse gemeenten met bedrijventerreinen die wel een opknapbeurt kunnen gebruiken. De huidige nieuwe regeling gaat nu voor het eerst open, maar is een vervolg op vergelijkbare regelingen. De regeling wordt voortgezet omdat deze een succes blijkt te zijn. Vooral omdat deze bijdraagt aan de doelen van zowel de gemeenten als de provincie: het realiseren van aantrekkelijke werklocaties van goede kwaliteit, die goed bereikbaar zijn en waar duurzaamheid hoog in het vaandel staat.

Heeft u binnen de gemeentegrenzen een verouderd bedrijventerrein, en zijn er plannen voor een make-over? Dan is indienen voor deze regeling het overwegen waard. De provincie heeft besloten om het programma in ieder geval nog vier jaar te continueren, dus is het niet nodig overhaast te werk te gaan. Aanvragen worden namelijk meestal in overleg gedaan met de betrokken ondernemers.


Waarvoor precies?
Subsidie kan worden verstrekt voor fysieke maatregelen en gerelateerde procesmaatregelen gericht op de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen in Noord-Holland die zijn opgenomen in de zogenaamde A-B-C-D lijsten (een terrein wordt op één van deze lijsten gezet op basis van de urgentie van de herstructurering). En wat verstaat de provincie precies onder fysieke maatregelen? Binnen de regeling moet het gaan om eenmalige duurzame ingrepen op een bedrijventerrein waar sprake is van technische, economische, maatschappelijke en/of ruimtelijke veroudering. Ook de aanleg van hoofdinfrastructuur voor breedbandvoorzieningen valt hieronder.

Nieuw binnen de regeling is dat een gemeente ook subsidie kan aanvragen om aan de slag gaan met de verbetering van het aanzicht van bedrijfspanden op het terrein en/of het uitvoeren van duurzaamheidsmaatregelen aan deze panden. De subsidie kan echter alleen in combinatie met een aanvraag voor fysieke maatregelen worden aangevraagd (maximaal 25% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 200.000).

Hoeveel?
De hoogte van de subsidie voor fysieke maatregelen bedraagt 25% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 550.000.  Een groot gedeelte (75%) van de kosten van een project moet dus wel worden betaald door de gemeente zelf, maar op veel terreinen vinden toch al geplande werkzaamheden plaats op basis van een Meerjarige Investeringsplanning (MIP). Een dergelijke MIP-investering kan goed ingezet worden als cofinanciering van een aanvraag binnen de HIRB-regeling.

In de praktijk: het succes van de gemeente Zaanstad
De gemeente Zaanstad heeft jarenlange ervaring met de regeling, en heeft vanaf 2006 al zo’n € 9,3 miljoen ontvangen. Er lopen momenteel nog projecten ter waarde van € 1,7 miljoen. Geld is echter niet de belangrijkste drijfveer voor de gemeente om zoveel gebruik te maken van de regeling. In resultaten uitgedrukt hebben de HIRB-subsidies namelijk een grote impuls gegeven aan diverse bedrijventerreinen. Ook brengt een HIRB-traject meer focus op gemeentelijke trajecten op bedrijventerreinen, zowel ambtelijk als bestuurlijk.

Jolanda Hohensteijn, subsidiecoördinator bij de gemeente, heeft wel wat tips voor andere gemeenten die overwegen gebruik te gaan maken van de regeling. Zo gaat men in Zaanstad al ruim op tijd, voor de openstelling van de regeling om tafel met projectleiders om de eerste conceptideeën te bespreken. Dit is belangrijk, want al is de aanvraagprocedure niet heel ingewikkeld, er moet wel sprake zijn van een goed projectidee, met een realistische planning en goede financiering. Het schrijven van de daadwerkelijke aanvraag neemt minimaal zo’n zes weken in beslag, zeker als het gaat om de herstructureringsaanvragen.

Ook houden ze in Zaanstad gedurende het jaar een lijst bij met geschikte projecten die lopen of gaan lopen. Dit in overleg met opdrachtgevers, projectleiders en zeker met Realisatie en Beheer en het Ingenieursbureau. Vergeet ook de afdelingen die de planning van aankomende (onderhouds)projecten beheren niet, want deze zijn essentieel als het gaat om de cofinanciering. Als de HIRB-subsidie wordt toegekend, kan het namelijk maar zo zijn dat een project eerder van start moet gaan dan eerder was bedacht in verband met de cofinanciering en het geplande project.

Als er sprake is van meerdere financiers (intern of extern), is het aan te raden goede afspraken te maken over ‘wat er wanneer en hoe wordt verantwoord’. De aanvragende gemeente is namelijk verantwoordelijk voor de totale verantwoording! En bij bedragen boven de € 50.000 moet er een accountantsverklaring zijn, over de eigen middelen maar ook die van derden.

“Niet alleen de aanvraag is belangrijk, zeker ook de tussentijdse en eindverantwoording. De meeste trajecten lopen over een lange periode waarin veel kan veranderen. Breng de provincie op tijd op de hoogte van dergelijke veranderingen en kom met een goede en realistische nieuwe planning of invulling. Hou de voorgeschreven rapportagemomenten goed in de gaten en onderhoud contact met de beleidsambtenaren van de provincie (niet alleen als er iets fout gaat)”, aldus Hohensteijn.

En als de eindverantwoording achter de rug is en het project is afgerond: nodig (op tijd) de gedeputeerde en de ambtenaren van de provincie uit voor een openingshandeling, samen met de wethouder. Als dank voor de bijdrage, de samenwerking en, ook niet onbelangrijk, als basis voor een eventueel nieuw traject.

Vindsubsidies Senior Consultant Udo van Unen