BLOG – In maart van dit jaar presenteerden de Nederlandse gemeenten, provincies en waterschappen de Investeringsagenda ‘Naar een duurzaam Nederland’. De agenda omvat de plannen van de decentrale overheden op het gebied van de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie, en daarnaast de bijdrage die het volgend kabinet hieraan zou moeten geven.

We zijn inmiddels in juli aanbeland, en de organisaties zijn het wachten beu. De voortslepende kabinetsformatie mag volgens VNG, IPO en de Unie van Waterschappen geen excuus zijn om energietransitie ook maar in de ijskast te zetten. In een petitie vragen zij de Tweede Kamer dan ook belemmerende wet- en regelgeving nu aan te passen.

De lagere overheden zijn namelijk volop bezig met een breed scala aan initiatieven voor duurzame energie, maar lopen in de uitvoering tegen belemmeringen aan. Om het de landelijke politiek wat makkelijker te maken hebben zij deze belemmeringen samengevat, elk geïllustreerd met een concreet project dat op dit moment dreigt vast te lopen.

Wat stellen de decentrale overheden zoal voor?
De voorstellen lopen uiteen van het organiseren van een nationale bewustwordingscampagne tot het doorvoeren van wetswijzigingen die momenteel belemmerend werken (zoals een aanpassing van de Gaswet zodat de gasaansluitplicht voor nieuwbouwwoningen per 1 januari 2018 kan komen te vervallen, het harmoniseren van regelgeving voor energiebesparing door het bedrijfsleven, het toestaan dat waterschappen meer duurzame energie opwekken dan zij zelf gebruiken en een wijziging van de Elektriciteitswet zodat provincies niet langer worden gedwongen initiatieven van projectontwikkelaars toe te staan die geen draagvlak hebben in de samenleving). Maar er is ook geld nodig, en veel ook.

Zo pleiten de overheden voor de oprichting van een transitiefonds met een omvang van € 220 miljoen per jaar. Het fonds moet maatschappelijk waardevolle (maar financieel onrendabele) investeringen van decentrale overheden voorzien van de nodige cofinanciering. Te denken valt aan de transitie naar een emissieloos mobiliteitsysteem of binnenstedelijke herstructureringen waarbinnen de bestaande woningvoorraad wordt aangepakt in combinatie met klimaatadaptatiemaatregelen. Ook pleiten ze voor de instandhouding van de energieloketten. Hiervoor moet ook in de begroting van 2018 geld worden gereserveerd.

Ook de mogelijkheden van de SDE+ moeten worden verruimd voor techniekneutrale toepassingen. Op die manier komen niet alleen bestaande technieken, maar ook innovatieve nieuwe technieken in aanmerking voor financiering. Ook willen de overheden dat projecten van bijvoorbeeld waterschappen gehonoreerd kunnen worden binnen de regeling.

Voor decentraal uitvoeringskracht en kennisontwikkeling denken de overheden ‘procesgeld’ van € 55 miljoen nodig te hebben om gezamenlijk in beeld te kunnen brengen welke maatregelen nodig zijn. Ook moet worden geïnvesteerd in de infrastructuur voor warmte. Dit moet zorgen voor een gelijk speelveld voor warmte, gas en elektra.

De salderingsregeling (de regeling die ervoor zorgt dat teruglevering van elektriciteit opgewekt door particulieren met zonnepanelen, wordt verrekend met het netverbruik tegen hetzelfde tarief) moet worden omgebouwd tot een instrument dat recht doet aan de wens tot versnelling van de energietransitie.

En nu?
De bal ligt nu bij de landelijke politiek, maar het lijkt vrijwel uitgesloten dat de gehele wensenlijst kan worden ingewilligd voordat de formatiebesprekingen zijn afgerond. En dan is het natuurlijk nog de vraag hoe de nieuwe coalitie staat tegenover de gepresenteerde plannen. Mochten zij welwillend staan tegenover de voorgestelde maatregelen, zou dit wel een aardige verschuiving binnen het huidige subsidie-instrumentarium betekenen. Want links of rechts, het geld moet natuurlijk wel ergens vandaan komen.

Roel de Vrind, Research Manager Vindsubsidies