BLOG – Het zat er al een tijdje aan te komen, maar woensdag is dan de knoop doorgehakt: het Openbaar Ministerie eist een celstraf tegen directeur George J. van taxibedrijf Prestige GreenCab wegens subsidiefraude. Het gaat om een flink subsidiebedrag van € 1,6 miljoen dat het bedrijf in 2011 ontving voor een proef met elektrisch taxivervoer in de regio Utrecht. De subsidie werd destijds verstrekt op basis van het ‘Subsidieprogramma Proeftuinen duurzame mobiliteit: hybride en elektrisch rijden’, dat liep van medio 2009 tot eind 2010.

Doel van het programma was om met grootschalige praktijkproeven snel meer ervaring met elektrisch rijden op te doen. Het programma maakte onderdeel uit van een pakket aan ondersteuningsmaatregelen om de marktintroductie van de elektrische auto in Nederland te versnellen. Dat deze marktintroductie (bijna tien jaar later) nog steeds wel wat versnelling kan gebruiken, is vast niet alleen de schuld van George J., maar als het klopt dat hij het verkregen subsidiegeld vooral gebruikte voor de aanschaf van taxi’s voor gebruik door zijn personeel en vriendin heeft dat hier in ieder geval niet aan bijgedragen.

De zaak speelt al enige tijd. In 2013 werd het project al stopgezet, want toen al bleek het niet rendabel. Dat kan natuurlijk gebeuren met een gesubsidieerd project, vooral als het gaat om een proef. Kwalijk is echter wel dat Prestige GreenCab bij de eindrapportage niet de vereiste accountantsverklaring kon overleggen, omdat de accountant van dienst de benodigde administratie niet in orde bevond.

Volgens de advocaat van George J. is al het subsidiegeld wel degelijk uitgegeven aan het project en is geen sprake van fraude. Dat de administratie grotendeels zoek is, is volgens de advocaat de schuld van derden.

“Accountantsverklaring deed George J. de das om”
Het is de vraag of bewezen kan worden dat George J. de subsidiegelden willens en wetens achterover heeft gedrukt. Feit is echter wel dat niemand nog kan controleren wat er met het geld is gebeurd. In de regeling lijkt de controle op de besteding van de subsidiegelden goed geregeld. Als verplichting is opgenomen dat de aanvrager bij de afronding van het project een eindrapport van het project moet opstellen en een verzoek om vaststelling van de subsidie indienen. Voor projecten met deelnemers die een subsidie van meer dan € 50.000 zullen ontvangen, is een accountantsverklaring vereist. Deze accountantsverklaring heeft George J. uiteindelijk de das om gedaan. Want zonder degelijke administratie, zal geen accountant zijn handtekening zetten onder een eindrapport.

Moet controle in eerder stadium plaatsvinden?
Nadeel is natuurlijk wel dat ten tijde van het opstellen van dit eindrapport en dus de accountantsverklaring, het geld al lang en breed is overgemaakt aan de aanvrager. De vraag dient zich dan ook aan: moet controle niet al in een eerder stadium plaatsvinden? Zomaar een idee zou kunnen zijn om een accountant ook al te betrekken bij het keuren van de tussenrapportage, die bij veel regelingen verplicht moet worden ingediend. Hiermee komt er meer grip op de uitbetaling van voorschotten en heeft de subsidieverstrekker meer zekerheid dat de subsidie goed besteed wordt. Nadeel van een dergelijke verplichting is natuurlijk dat het extra kosten en administratieve lasten met zich meebrengt, en het kabinet heeft de afgelopen jaren juist getracht deze zoveel mogelijk te verminderen.

Grotere rol voor de accountant, wat vindt u?
Of de politiek besluit in de toekomst tussentijds meer vinger aan de pols te houden, hangt zeker niet af van deze zaak. Van belang is echter wel, zeker ook voor aanvragers met niets dan goede bedoelingen, te zorgen voor een deugdelijke administratie. Wat vindt u, is dit iets waar een accountant een grotere rol in kan spelen?

Roel de Vrind, Research Manager Vindsubsidies