BLOG – Opnieuw heeft de Europese Commissie zich voorgenomen dat het aanvragen van Europese subsidie voor bedrijven toegankelijker moet worden. De commissie deed dit onlangs tijdens de jaarlijkse Europese State of the Union. Subsidies, seed capital, investeringsfondsen en leningen; het moet allemaal sneller en beter. Vooral voor het mkb. Want omdat 95% van de bedrijven in de EU mkb is, ligt daar de focus. Logisch zou je denken, maar de praktijk wijst al jaren heel anders uit.

Het lukt de Europese Commissie ondanks alle goede voornemens van de afgelopen jaren maar niet om aansluiting te vinden met het mkb. Subsidies zoals het SME-instrument van Horizon 2020 hadden hier een belangrijke bijdrage in moeten leveren, maar als je in drie jaar tijd slechts een kleine 2.000 projecten uit de meer dan 25.000 aanvragen kunt financieren, is dit een druppel op de gloeiende plaat. De reden? Daarop kun je verschillende theorieën loslaten. In elk geval is het aanvragen van de subsidie er de afgelopen jaren niet eenvoudiger op geworden. De aanvrager moet een uiterst scherp voorstel schrijven en ook al is het voorstel excellent, dan nog zijn er partijen die hun verhaal beter op papier hebben gezet. Dat betekent vaak een hoop werk met weinig kans op resultaat voor het gemiddelde mkb. Hoe kan deze kloof worden gedicht?

Er zijn wel initiatieven om het harde werken van de hoopvolle mkb-aanvragers te belonen. Bijvoorbeeld de Seal of Excellence. Dit zou de mogelijkheid moeten bieden bij een Europese afwijzing, via een omweg, alsnog subsidie te verkrijgen via de nationale of regionale overheid. Maar tegelijkertijd is er wetgeving in het Europese die het de regio’s onmogelijk maakt om dergelijke projecten te stimuleren. Wrange wetgeving met tegenstrijdige effecten die in het Brusselse wordt betiteld als ‘Gold plating’. Een onderwerp waar veel over wordt gepraat, maar waar weinig concreets uit naar voren komt.

Wat zijn dan wel ideeën of concepten die hout snijden?

Global acting, local sourcing
Een manier om de EU en het mkb dichter bij elkaar te brengen is het idee achter ‘Global acting, local sourcing’. Het stimuleren van Europese projecten via de eigen regio’s van de uitvoerende bedrijven. Hierdoor kan het mkb aankloppen bij een overheidsinstantie in de regio en kan tegelijkertijd de regio beter zicht houden op wat er speelt.
Het helpt daarbij wanneer de commissie het subsidiëren door de regio’s verbetert door bijvoorbeeld eens kritisch te kijken naar alle regels en voorwaarden die het nu heel ingewikkeld maken voor bedrijven en regio’s om Europese projecten te financieren.

Het zou beter zijn als de EC niet alleen optreedt als de auditor die aan het eind van het project zegt wat er allemaal mis is gegaan, maar vooral coachend optreedt. Ze moet een basisset aan regels aanbieden die de regio kan inzetten en kan finetunen. Verder zouden er ook meer bevoegdheden moeten komen voor de regio’s. Zij moeten meer mee kunnen beslissen in de uitvoering van een programma. Zeker bij de wat kleinere subsidies die vooral geschikt zijn voor het mkb hoeft er geen meervoudige controle plaats te vinden.

Cross-overs
De regio’s zouden beter moeten weten wat er onder haar ‘eigen’ mkb leeft. De Europese Commissie kan vervolgens een rol spelen in interregionale samenwerkingen. Door het huidige regionale beleid staat er een grote muur tussen de verschillende regio’s, dit is zonde en belemmert innovatie. Laat een Limburgse ondernemer samenwerken met iemand uit Noord-Italië, financier dit vanuit beide regio’s en zorg voor cross-overs. Ondersteun de lokale initiatieven voor internationale cross-overs, denk bottom-up.

Ondersteun ook de cross-overs tussen de verschillende industrieën. Beperk niet alleen tot het mkb. Het mkb kan veel baat hebben bij een grote speler die hun innovatie in de markt kan zetten. Zorg dat deze grote partij mee kan draaien. Door het mkb een hoger subsidiepercentage te verlenen, kan de inspanning van het mkb omhoog binnen het totale project.

Daarnaast zou de EC ook de samenwerking tussen het mkb en het grootbedrijf op ondernemerschap op Europees niveau sterker moeten aanmoedigen. Bijvoorbeeld door ruimte te bieden voor financiële opslagen voor ondernemers die net een stap verder gaan dan anderen. Sluit niet uit dat het ene bedrijf wel internationaal samenwerkt en het andere niet, maar beloon de eerste categorie net iets meer dan de andere.

Smeermiddel
Kortom, de Europese Commissie zou als belangrijke taak het smeermiddel tussen de regio’s moeten zijn en meer coachend moeten optreden om het beste in elke regio naar boven te halen. Hierdoor komt er meer samenwerking tussen de regio’s en wordt de kloof tussen de EU en het mkb gedicht. Ze moet een actievere rol spelen als bruggenbouwer tussen de verschillende landen en gebieden, waarbij de regionale effecten bijdragen aan de groei van Europa als geheel. Ze is noodzakelijk als stimulator van grensoverschrijdende samenwerking tussen mkb’ers onderling en met het grootbedrijf.

De focus zou de komende jaren moeten liggen op manieren om daar EU-budget voor vrij te maken. In plaats van nog meer regels in het leven te roepen die internationale samenwerking alleen maar verder belemmeren en de kloof tussen de EU en het bedrijfsleven vergroten. Zorg met vaste formats en uitgangspunten wel voor uniformiteit maar laat de regio’s zelf de programma’s inkleuren. Controleer op administratieve verplichtingen maar zorg ook voor controlemechanismen die daadwerkelijk het effect en de impact van projecten meten. Maak onderscheid tussen grote projecten en kleine projecten en stem daarbij ook af op welk niveau de controle gedaan moet worden.

Platter en effectiever financieringslandschap
Met meer vrijheden en meer verantwoordelijkheden bij de regio’s en bij de ondernemers zelf kan een platter en effectiever financieringslandschap ontstaan. Daarbij is ruimte voor subsidies, maar ook voor andere financieringsinstrumenten. Het maakt dat ondernemers sneller aan de slag kunnen en niet een half jaar moeten wachten nadat ze een lijvig boekwerk hebben geschreven met minder dan 10% kans op succes.

Het betekent wel dat een stukje van de macht en de controle moet worden teruggegeven en de vraag is of de Europese Commissie daar al wel aan toe is. Maar een goede relatie ontstaat niet alleen op contractbasis; er moet ook worden gewerkt vanuit een stukje vrijheid en vertrouwen. Misschien is dat een mooi uitgangspunt voor de State of the Union van volgend jaar.

Vindsubsidies consultant Erwin Altena