Chaos regionale subsidiepotjes beperkt innovatiekracht

 ‘Groot aantal regionale investeringspotjes verwarrend voor ondernemers’, meldde het Financieele Dagblad (FD) deze week. In het artikel waarschuwen experts voor het grote aantal fondsen en regionale investeringsmaatschappijen waardoor ondernemers door de bomen het bos niet meer zien. Verwarring bij ondernemers die op regionaal niveau ‘geld’ zoeken voor hun innovatieproject, zien we ook wanneer het om subsidies gaat. De huidige regeling Mkb Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) is daarvan een sprekend voorbeeld. Een oplossing zou kunnen zijn dat er één set regels komt voor alle MIT-programma’s, met een rol als toezichthouder voor de RVO.

Het artikel (FD, 18 mei 2016) richt zich op de publieke financiers, zoals de verschillende regionale ontwikkelingsmaatschappijen en investeringsfondsen.

Deze organisaties, met in totaal meer dan €320 miljoen in kas, zijn op dit moment verantwoordelijk voor meer dan de helft van de risicovolle investeringen van startende bedrijven. En ook veel gevestigde mkb-bedrijven, die financiële dekking zoeken voor hun innovatie, kunnen bij deze maatschappijen terecht.

De kritiek is dat deze ontwikkelingsmaatschappijen en investeerders te veel verschillende regelingen hebben. Tel daar nog eens de regionale investeringspotjes van overheidsinstanties bij op, en de chaos is compleet. De ondernemer weet niet meer waar hij aan kan kloppen en bovendien werken de verschillende investeringsfondsen langs elkaar heen, zo oordeelt beleidsadviesbureau Ecorys.

Ondernemer ook bij regionale subsidies spoor bijster
Versnippering zoals die wordt gezien bij regionale ontwikkelingsmaatschappijen en investeringsfondsen, laat ook in subsidieland haar sporen na. Wij merken dagelijks dat ondernemers het spoor bijster zijn wanneer zij op regionaal niveau subsidie zoeken voor hun project. Er zijn teveel opties van teveel aanbieders. En dan zijn er nog de landelijke regelingen zoals de MIT die op regionaal niveau worden uitgevoerd. Een subsidie met één landelijke naam, maar met – sinds vorig jaar –   verschillende regionale uitvoeringsprogramma’s die allemaal andere spelregels hebben op het gebied van aanvragen, voorwaarden, bedragen en termijnen.

Regionale innovatie wordt belemmerd
Het is in beginsel, en vanuit de ideologie van de decentrale overheid, natuurlijk goed dat regio’s een eigen uitvoeringsprogramma hebben. Immers, elke provincie dealt met eigen uitdagingen en problemen, en heeft een eigen economische agenda. Maar het is inconsistent dat voor een dezelfde subsidie, de MIT als voorbeeld, in elke provincie andere regeltjes gelden voor het aanvragen en ontvangen van subsidie. Dat schept onduidelijkheid en belemmert ondernemers optimaal gebruik te maken van deze subsidiemogelijkheden. Zij worden hierdoor ook indirect beperkt in hun innovatiekansen.

Bovenregionale samenwerking binnen MIT haast niet mogelijk
Een andere beperking voor regionale innovatie binnen de MIT ontstaat doordat het op dit moment bijna niet mogelijk is voor samenwerkende partijen uit verschillende regio’s om gezamenlijk een subsidieaanvraag in te dienen. Door alle afwijkende regels en voorwaarden is het vrijwel ondoenlijk om van een project voor meerdere provincies de regionale impact aan te tonen. Hierdoor ontstaan gekunstelde projectomschrijvingen en dito budgetten. Veel partners van bovenregionale projecten gooien bij voorbaat de handdoek in de ring en beginnen niet aan deze haast onmogelijke klus. Wanneer er één set regels zou zijn voor alle regio’s zou het veel gemakkelijker zijn voor partners uit verschillende regio’s om subsidie te ontvangen voor hun samenwerkingsproject. Bovendien opent dit de deur om vanuit verschillende regio’s een bijdrage te leveren aan regio overschrijdende projecten. Iets dat de innovatiekracht in alle provincies ten goede zou komen.

Één set regels voor regionale uitvoeringsprogramma’s, controle door de RVO
Hoe zou er meer consistentie kunnen komen op het gebied van regionale (MIT-)subsidieprogramma’s, zeker wanneer het landelijke vangnet zal verdwijnen? Het is raadzaam dat er nu wordt nagedacht over een nieuwe partij die toe erop toeziet dat er meer eenduidigheid komt tussen de verschillende programma’s, en niet elke provincie op eigen houtje aan de gang gaat.
Deze rol zou wellicht vervuld kunnen worden door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), met haar ruime ervaring van stimuleringsmaatregelen voor ondernemers. Hierdoor komt er meer transparantie en overzicht voor de ondernemer, krijgen bovenregionale ‘cross over’-aanvragen meer kans en kan bovendien elke regio toch haar specifieke doelstellingen najagen.

Vindsubsidies consultant Erwin Altena